ECLI:NL:GHARL:2019:2205
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- C.G. ter Veer
- H.L. Wattel
- I.W. Levelt-Iseger
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kredietovereenkomst onaanvaardbaar wegens belangenafweging en reputatierisico
Deze zaak betreft de vraag of de bank terecht de kredietovereenkomst met geïntimeerde heeft beëindigd vanwege het strafbare feit van haar echtgenoot, die onherroepelijk is veroordeeld voor medeplichtigheid aan moord en verboden wapenbezit. De bank beriep zich op haar algemene voorwaarden om de kredietrelatie op te zeggen, mede omdat het appartement dat onder hypotheek stond een rol speelde bij het strafbare feit.
De rechtbank had geoordeeld dat de bank bevoegd was tot opzegging, maar dat beëindiging jegens geïntimeerde onaanvaardbaar was op grond van artikel 6:248 lid 2 BW Pro, de maatstaf van redelijkheid en billijkheid. Het hof bevestigt dit oordeel en weegt de belangen af: het reputatierisico voor de bank is beperkt en onvoldoende onderbouwd, terwijl de gevolgen voor geïntimeerde ernstig zijn, waaronder het verlies van haar woning en huurinkomsten.
De bank kon niet aantonen dat er sprake was van structurele betalingsachterstanden of concreet reputatieschade. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt partijen in de proceskosten. De opzegging van de kredietovereenkomst jegens geïntimeerde blijft daarom zonder toepassing.
Uitkomst: De opzegging van de kredietovereenkomst jegens geïntimeerde is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en blijft zonder toepassing.