Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of bewindvoerders toestemming mochten krijgen voor schenkingen ten laste van het vermogen van een onder bewind gestelde rechthebbende die niet meer in staat is haar wil te bepalen. De kantonrechter had eerder toestemming geweigerd en terugbetaling van de schenkingen gevorderd.
Het hof oordeelde dat er sprake was van een schenkingstraditie, gebaseerd op bankafschriften van eerdere jaren waarin jaarlijks schenkingen aan de kinderen werden gedaan. De onderbreking in 2014 werd verklaard door de ernstige ziekte van de echtgenoot van de rechthebbende. Hoewel twijfel bestond over de wilsbekwaamheid van de rechthebbende bij het ondertekenen van een schenkingsovereenkomst in 2015, vond het hof dat de schenkingstraditie voldoende grond bood om machtiging te verlenen.
Het hof achtte het financieel verantwoord omdat na de schenkingen nog een buffer van circa €27.000 overbleef. Wel werd bepaald dat vanaf 2018 geen verdere schenkingen meer mochten plaatsvinden. De beschikking van de kantonrechter werd vernietigd en de machtiging voor de schenkingen over de periode 2015-2017 werd verleend.
Uitkomst: Het hof verleent machtiging voor schenkingen van €48.053 over 2015-2017 en vernietigt de eerdere weigering van toestemming.