ECLI:NL:GHARL:2019:2404
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kennelijk onredelijk ontslag en aansprakelijkheid vennootschap wegens verwevenheid
De zaak betreft een hoger beroep in een arbeidsrechtelijke kwestie over kennelijk onredelijk ontslag door Timmerfabriek GT Oldambt B.V. en de vraag of een andere vennootschap, Timmerfabriek Jongbloed Winschoten, aansprakelijk kan worden gehouden op grond van verwevenheid. De werknemer was sinds 1996 in dienst en werd ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen. Hij vorderde een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De kantonrechter had eerder vastgesteld dat sprake was van verwevenheid tussen verschillende vennootschappen en kende de werknemer een schadevergoeding toe, waarbij ook Timmerfabriek Jongbloed Winschoten aansprakelijk werd gesteld. In hoger beroep betwistte deze vennootschap de vereenzelviging en aansprakelijkheid.
Het hof oordeelde dat verwevenheid niet gelijkstaat aan vereenzelviging en dat de werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat Timmerfabriek Jongbloed Winschoten als werkgever kan worden aangemerkt. De vorderingen tegen deze vennootschap worden daarom afgewezen. Ook is geen sprake van een valse ontslagreden. De eerdere vonnissen tegen Timmerfabriek Jongbloed Winschoten worden vernietigd en de werknemer wordt veroordeeld in de kosten.
Het arrest bevestigt dat aansprakelijkheid voor kennelijk onredelijk ontslag alleen kan rusten op de daadwerkelijke werkgever en dat verwevenheid tussen vennootschappen onvoldoende is zonder misbruik van recht of vereenzelviging.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tegen Timmerfabriek Jongbloed Winschoten worden afgewezen en de vonnissen tegen deze vennootschap vernietigd.