Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De vordering en de beslissing van de rechtbank
woning, zoals [appellant] verder aanvoert: in beide akten wordt 'het verkochte' omschreven met de aanduiding 'behuizing met schuur, erf en tuin'.
konworden gegeven.
.