ECLI:NL:GHARL:2019:269
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding in verkeerszaak
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter die het verzoek om proceskostenvergoeding afwees na een beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard, waarna het hoger beroep werd ingesteld.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 14, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) hoger beroep tegen beslissingen van de kantonrechter slechts mogelijk is indien de opgelegde administratieve sanctie meer bedraagt dan € 70,-. In deze zaak resteert na de beslissing van de kantonrechter geen sanctie meer.
De gemachtigde van de betrokkene betoogde dat deze grens niet van toepassing is op proceskostenvergoedingen, maar het hof wijst dit af en bevestigt dat ook nevenbeslissingen zoals proceskostenvergoedingen onder deze regel vallen. Het feit dat de gevorderde proceskostenvergoeding hoger is dan € 70,- verandert hieraan niets.
Daarom verklaart het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.