Uitspraak
de man,
de vrouw,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen hadden een affectieve relatie en waren gezamenlijk eigenaar van een woning. Na beëindiging van hun relatie in december 2014 bleef de man in de woning wonen, terwijl de vrouw tijdelijk elders verbleef. De vrouw had tot oktober 2015 maandelijks €1.250 op een gezamenlijke bankrekening gestort, onder vermelding van huishoudgeld, waarvan een deel bestemd was voor woonlasten.
De vrouw vorderde een gebruikersvergoeding voor de woning over negen maanden, terwijl de man in voorwaardelijke reconventie huishoudkosten terugvorderde. De kantonrechter wees de vordering van de vrouw grotendeels toe en wees de reconventie af. De man ging in hoger beroep tegen de hoogte van de gebruikersvergoeding.
Het hof oordeelde dat de vrouw wel degelijk heeft bijgedragen aan de woonlasten en dat de gebruikersvergoeding niet hoger mag zijn dan haar daadwerkelijke bijdrage aan de woonlasten, vastgesteld op €695,60 per maand. Over negen maanden komt dit neer op €6.260,40. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het bedrag hoger was en veroordeelde de man tot betaling van dit bedrag, terwijl de vrouw moest terugbetalen wat zij meer had ontvangen. Het hoger beroep van de man tegen eerdere vonnissen werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De man moet de vrouw een gebruikersvergoeding van €6.260,40 betalen en de vrouw moet teveel ontvangen bedragen terugbetalen.