ECLI:NL:GHARL:2019:278

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 januari 2019
Publicatiedatum
15 januari 2019
Zaaknummer
WAHV 200.240.194
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-ondertekend beroepschrift

In deze zaak heeft de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het ontbreken van een handtekening op het beroepschrift. De griffier had de (pretense) vertegenwoordiger van de betrokkene bij brief gewezen op dit verzuim en hem een termijn gesteld om het te herstellen.

Ondanks deze mogelijkheid werd het ondertekende beroepschrift pas op de dag van de zitting ontvangen, te laat om nog in behandeling te worden genomen. De kantonrechter kon daardoor geen kennis nemen van de inhoud en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Het hof bevestigt deze beslissing en kan daardoor niet inhoudelijk op de bezwaren tegen de sanctie ingaan.

De procedure toont het belang van het tijdig en correct indienen van beroepschriften, waarbij het hof benadrukt dat het late herstel van het verzuim voor rekening van de indiener komt. Dit arrest onderstreept de strikte toepassing van de regels omtrent ondertekening en tijdigheid in bestuursrechtelijke procedures.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig ondertekend indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

WAHV 200.240.194
15 januari 2019
CJIB 210061369
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland
van 17 april 2018
betreffende
[A] ,
wonende te [B] ,
beweerdelijk optredende voor [betrokkene] B.V., (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [B] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard.

Het procesverloop

[A] heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
[A] voornoemd heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De kantonrechter heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet is ondertekend en dit verzuim evenmin binnen de daarvoor geboden termijn is hersteld.
2. Artikel 6:5 eerste Pro lid en aanhef van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt als vereiste dat een beroepschrift moet zijn ondertekend. Indien niet is voldaan aan dit vereiste, kan ingevolge het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
3. Het hof stelt vast dat het beroepschrift van de (pretense) vertegenwoordiger van de betrokkene, gericht tegen de beslissing van de officier van justitie van 6 december 2017, niet is ondertekend. De griffier van de rechtbank heeft, op de voet van artikel 6:6 Awb Pro, hem bij brief van 6 maart 2018 hierop gewezen en hem in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen. Daartoe wordt vermeld dat het ondertekende beroepschrift uiterlijk op de zitting door de griffier moet zijn ontvangen. In de brief wordt aangekondigd dat het beroep op de zitting van 17 april 2018 te 11.00 zal worden behandeld en dat hij aldaar kan verschijnen voor het geven van een nadere toelichting. Tot slot wordt hij gewezen op de mogelijke gevolgen van het niet tijdig herstellen van het hiervoor bedoelde verzuim.
4. De (pretense) vertegenwoordiger van de betrokkene heeft aldus bijna zes weken de tijd gehad om het beroepschrift te ondertekenen en aan de griffier te retourneren. Het ondertekende beroepschrift is - blijkens de poststempel op de bijbehorende enveloppe - op
16 april 2018 ter post bezorgd. Blijkens een daarop aangebrachte stempel is het beroepschrift op 17 april 2018, de dag van de zitting, bij de rechtbank binnengekomen. Gelet op de inhoud van de beslissing van de kantonrechter stelt het hof vast dat het toegezonden stuk de kantonrechter op de dag van de zitting niet tijdig, vóór 11.00 uur, heeft bereikt om daar kennis van te kunnen nemen en de inhoud daarvan mee te nemen in zijn beslissing. Dit komt, gelet op het late moment van ter postbezorging van het ondertekende beroepschrift, voor rekening van de (pretense) vertegenwoordiger.
5. Het verzuim is niet tijdig hersteld. De kantonrechter heeft het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard.
6. Het voorgaande brengt mee dat de beslissing van de kantonrechter wordt bevestigd.
Dit betekent dat het hof niet kan toekomen aan een beoordeling van de bezwaren tegen de opgelegde sanctie.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.