Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 27 september 2018;
- het verweerschrift, en
- een brief van de bijzondere curator van 12 december 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een verzoek tot vervangende toestemming voor erkenning van een kind door de vader, waarbij de moeder bezwaar maakt vanwege de agressieve en problematische achtergrond van de vader. De moeder vreest dat erkenning zal leiden tot stress en een onveilige opvoedingssituatie voor het kind.
De rechtbank verleende eerder toestemming voor erkenning, waarbij de zaak werd gevoegd met een procedure over ondertoezichtstelling. De moeder klaagde over belangenverstrengeling door de rol van de raad voor de kinderbescherming in beide procedures, maar het hof oordeelde dat dit haar procesbelang niet schaadde.
De raad en de bijzondere curator adviseerden erkenning in het belang van het kind, ondanks de kwetsbare opvoedingssituatie en de problematiek van de vader. Het hof volgde dit advies en stelde dat erkenning niet automatisch leidt tot omgang of informatieplicht van de moeder jegens de vader.
Het hof benadrukte dat omgang pas aan de orde is na behandeling en verbetering van de problematiek van de vader. De grieven van de moeder werden verworpen en de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming voor erkenning van het kind door de vader en wijst de bezwaren van de moeder af.