De ouders zijn gescheiden en hebben een kind, [de minderjarige1], over wie het gezag in geschil is. De vader heeft verzocht om gezamenlijk gezag, terwijl de moeder dit afwijst vanwege de gespannen relatie en mislukte hulpverleningstrajecten.
De rechtbank had reeds gezamenlijk gezag toegekend, maar de moeder ging in hoger beroep en stelde dat de communicatie tussen de ouders zo slecht is dat het kind klem kan raken. De vader stelt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en dat hij geen problemen veroorzaakt.
Het hof constateert dat de verstandhouding zeer slecht is en dat drie hulpverleningstrajecten, waaronder een traject bij het [E], zijn mislukt. Het kind heeft daardoor nauwelijks contact met de vader, wat verwarrend is. Het hof acht zich onvoldoende geïnformeerd om een verantwoord oordeel te vellen en houdt de zaak aan, verzoekt de raad voor de kinderbescherming een onderzoek in te stellen en zal daarna beslissen.