Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Stichting [verweerder1] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6 juni 2016 heeft het Waarborgfonds aan [verzoeker] medegedeeld dat de woning is verkocht en dat de opbrengst hiervan onvoldoende was om de hypothecaire geldlening en de daarbij gemaakte kosten volledig terug te betalen, waardoor een verlies is ontstaan. Het verlies wordt [verzoeker] op basis van de voorwaarden van de kwijtscheldingsregeling niet kwijtgescholden en hij dient dit dus terug te betalen. Het totaalbedrag dat het Waarborgfonds op [verzoeker] verhaalt, bedraagt ongeveer € 83.000,-. [verzoeker] stelt dat [verweerder1] had kunnen voorkomen dat de woning van [verzoeker] gedwongen werd verkocht en/of dat het Waarborgfonds het aan [F] betaalde bedrag op hem zou verhalen zodat [verweerder1] dit bedrag aan hem moet vergoeden.
6 januari 2016 aan [verzoeker] medegedeeld dat [F] - nadat zij zowel met [verzoeker] als [verweerder1] telefonisch contact had gehad hierover - het Waarborgfonds toestemming had gevraagd om de woning te verkopen. Anders dan [verzoeker] heeft betoogd, is het dan ook niet [verweerder1] maar [F] die uiteindelijk heeft besloten tot verkoop van zijn woning over te gaan. Uiteindelijk is de woning op 13 mei 2016 op een veiling verkocht en bedroeg de opbrengst € 96.000,-, hoger dan de door [H] B.V. onderzochte vrije verkoopwaarde.