Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing in het incident
4.De slotsom
16 april 2019voor memorie van antwoord;
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een incidentele vordering van Keers Mijdrecht B.V. tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring van een vonnis afgewezen. Het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland veroordeelde Keers tot betaling van €33.000,- aan de wederpartij, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Keers stelde dat er sprake was van een restitutierisico, waardoor de executie geschorst moest worden.
Echter, dezezelfde argumenten waren reeds in een eerder executiegeschil op grond van artikel 438 lid 2 Rv Pro aan de voorzieningenrechter voorgelegd en afgewezen. Het hof oordeelde dat zonder nieuwe feiten of omstandigheden een hernieuwde beoordeling niet gerechtvaardigd is. Het voortzetten van de vordering in hoger beroep middels een incident op grond van artikel 351 Rv Pro zou strijdig zijn met de goede procesorde.
Het hof heeft daarom de incidentele vordering afgewezen en Keers veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak blijft op de rol staan en is verwezen naar een nieuwe roldatum voor memorie van antwoord. Hiermee wordt voorkomen dat dezelfde vordering tweemaal zonder nieuwe gronden aan een rechter wordt voorgelegd.
Uitkomst: De incidentele vordering tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring wordt afgewezen wegens strijd met de goede procesorde.