Uitspraak
Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Het vonnis waarvan beroep
De tenlastelegging
- ongeveer 0,4 liter, in elk geval een hoeveelheid, van een vloeistof/ materiaal bevattende methamfetamine (crystal meth), en/of (in een helder kunststof bakje)
in elk geval (telkens) voorwerpen en/of stoffen, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die (telkens) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
in elk geval (telkens) voorwerpen en/of stoffen, voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die een of meer (onbekend gebleven) (ander(e)) perso(o)n(en) (telkens) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die (telkens) bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),
Partiële nietigheid van de dagvaarding
Bewezenverklaring
zijnde methamfetamine (crystal meth) telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
A. een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen/materialen (bevattende) onder meer
een elektrische verwarmingsplaat-magneetroerder Type IKA Combimag RCT en
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van het feit.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Voortgezette handeling
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en/of maatregel
Afwijzing verzoek opheffing voorlopige hechtenis
Beslag
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
8 (acht) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: