Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben beiden op 1 maart 2016 een verzoek tot echtscheiding ingediend. De rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2016 de echtscheiding uitgesproken en voorlopige alimentatiebedragen vastgesteld: €95 per maand voor kinderalimentatie en nihil voor partneralimentatie.
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen deze beschikking met drie grieven, gericht op de behoefte van het kind, de draagkracht van de man met betrekking tot een schuld bij ABN AMRO en de verdeling van die schuld. Zij verzoekt om een hogere kinderalimentatie van €268 en partneralimentatie van €350, alsmede dat de schuld geheel voor rekening van de man komt.
Het hof stelt vast dat de behoefte van het kind €372 per maand bedraagt, geïndexeerd tot €390,52 per 1 juli 2018. De draagkracht van de man is vastgesteld op €169 per maand tot 1 juli 2018 en €63 daarna, mede rekening houdend met aflossingen van de ABN AMRO-schuld. De draagkracht van de vrouw is €25 per maand. De zorgkorting wordt niet in mindering gebracht vanwege het tekort in draagkracht.
De partneralimentatie blijft nihil omdat de man geen draagkracht meer heeft na betaling van kinderalimentatie. Het hof wijst het verzoek van de vrouw af om de ABN AMRO-schuld volledig op de man te verhalen, omdat het een gemeenschapsschuld betreft die gelijk verdeeld moet worden.
Het hof vernietigt daarom de voorlopige kinderalimentatie voor de periode van 25 november 2016 tot 1 juli 2018 en stelt deze vast op €169 per maand, bekrachtigt de alimentatie vanaf 1 juli 2018 en de nihil partneralimentatie, en wijst het verzoek over de schuld af.
Uitkomst: De voorlopige kinderalimentatie voor 25 november 2016 tot 1 juli 2018 wordt vastgesteld op €169 per maand, de alimentatie vanaf 1 juli 2018 en partneralimentatie worden bekrachtigd, en het verzoek om de ABN AMRO-schuld volledig aan de man toe te rekenen wordt afgewezen.