Uitspraak
9 april 2019
[A](hierna: verzoeker)
De procedure
1.2. Het onderzoek ter zitting in deze zaak heeft plaatsgevonden op 13 februari 2019 te Arnhem. Daarbij zijn verschenen en gehoord verzoeker en [B] namens de Inspecteur.
1.3.Ter zitting heeft verzoeker de wraking verzocht van de raadsheren mr. R.A.V. Boxem, mr. M.G.J.M. van Kempen en mr. J.A. Monsma. Daarop is het onderzoek ter zitting geschorst. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt.