Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
- zakelijk weergegeven - bezwaar dat de officier van justitie zijn informatieverplichting heeft geschonden, kan dan ook onbesproken blijven.
21 december 2016 is verzocht om de betrokkene in bezit te stellen van het door haar zelf ingediende administratief beroepschrift. Voor zover dit al als een verzoek tot het toesturen van de op de zaak betrekking hebbende stukken kan worden aangemerkt, is dit verzoek gedaan buiten de termijn die artikel 11, vierde lid (oud), van de Wahv voorschrijft. Voor premature verzoeken biedt de wet geen ruimte. Niet is gebleken dat binnen vorenomschreven termijn (nogmaals) is verzocht om een afschrift van het procesdossier. De conclusie is dan ook dat de kantonrechter niet heeft gehandeld in strijd met diens informatieverplichting.
22 juni 2017 op het beroep beslist. Voor de vaststelling van de waarde per punt, bedoeld in bijlage B bij het Besluit, is niet leidend op welke datum de beslissing van de kantonrechter is genomen, maar op welke datum het beroep is ingesteld. De uitzondering waarnaar de gemachtigde verwijst, houdt de situatie in waarin de kantonrechter zowel het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie als het administratief beroep gegrond verklaart en voor zowel de procedure bij de officier van justitie als de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekent. In dat geval hoeft de kantonrechter niet verschillende tarieven voor elke instantie te hanteren. Deze situatie doet zich in het onderhavige geval niet voor.
€ 472,-, heeft gehanteerd, terwijl dit € 496,- moest zijn. De beslissing van de kantonrechter kan voor wat betreft de vergoeding van de proceskosten dan ook niet in stand blijven.
9 september 2016 waarin het volgende is opgenomen: