Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1.[de minderjarige] ,
2.[de vader] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
8 februari 2019 ingevolge het bepaalde in artikel 6.1.12 lid 5 Jeugdwet (Jw) geschorst.
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
7 november 2018 voor zover het de verlenging van de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] betreft, maar uitsluitend voor zover het betreft de periode vanaf de dag dat in het vrijwillig kader een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdzorg ten aanzien van [de minderjarige] zal zijn ingegaan, dan wel uiterlijk vanaf 5 juni 2019, en in zoverre opnieuw beschikkende:
7 november 2018 voor het overige;