Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het aanwezig hebben van vijf XTC-pillen op het festival Lowlands in 2016. Hij stelde hoger beroep in tegen deze veroordeling en voerde onder meer een niet-ontvankelijkheidsverweer aan vanwege vermeende ongelijkheid in vervolgingsbeleid tussen verschillende parketten.
Het hof verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer omdat het beleid op het festival duidelijk en kenbaar was en geen sprake was van willekeur. Vervolgens onderzocht het hof de bewijsvoering omtrent de pillen. Er was een indicatieve test ter plaatse die XTC aanwees, maar het hof stelde vast dat door een onderbroken keten van bewaring ('chain of custody') niet wettig bewezen kon worden dat de pillen die het NFI onderzocht dezelfde waren als die in beslag genomen bij verdachte.
Het hof oordeelde dat dit gebrek in het bewijs leidde tot vrijspraak van het ten laste gelegde bezit van XTC-pillen. De eerdere strafbeschikking en het vonnis werden vernietigd en het hof sprak verdachte vrij. De uitspraak benadrukt het belang van een ononderbroken keten van bewaring bij bewijs van drugsbezit.