In deze zaak stond een snelheidsovertreding centraal die door betrokkene werd begaan op de A12 nabij Ede. De overtreding werd aanvankelijk met een strafverzwarende omstandigheid van wegwerkzaamheden vastgesteld, hetgeen betrokkene betwistte omdat er geen bord J16 aanwezig was. De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden.
Het hof stelde vast dat het beroepschrift wel degelijk gronden bevatte, namelijk de ontkenning van de strafverzwarende omstandigheid, en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter. Tevens oordeelde het hof dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden, waardoor ook diens beslissing werd vernietigd.
Na beoordeling van de zaak concludeerde het hof dat de snelheidsovertreding niet onder de strafverzwarende omstandigheid van wegwerkzaamheden viel, omdat geen bord J16 aanwezig was. De sanctie werd daarom verlaagd van €193 naar €152. Daarnaast werd het teveel gestelde bedrag gerestitueerd en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €768.