In deze civiele procedure vorderden passagiers compensatie van Aegean Airlines wegens annulering van geboekte vluchten. De kantonrechter kende hen compensatie toe, behalve de buitengerechtelijke kosten. Aegean stelde hoger beroep in, maar het hof oordeelde dat op grond van de Uitvoeringswet bij geringe vorderingen geen hoger beroep openstaat.
De passagiers hadden via een reisbureau een retourvlucht geboekt, waarbij Aegean als luchtvaartmaatschappij werd betrokken. Aegean betwistte haar aansprakelijkheid omdat er geen directe contractuele relatie was met de passagiers en stelde dat de vluchten niet onder haar verantwoordelijkheid vielen.
Het hof overwoog dat het appelverbod niet doorbroken kan worden door vermeende schendingen van het recht op hoor en wederhoor, omdat cassatie hiertegen voldoende waarborgen biedt. Aegean kon niet ontvankelijk worden verklaard in hoger beroep. De kosten van het hoger beroep werden aan Aegean opgelegd, met een beperkte vergoeding voor de wederpartij.