Uitspraak
[appellant],
Connexxion,
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De vordering en beoordeling door de kantonrechter
5.De beoordeling in hoger beroep
grief Ibetoogt [appellant] dat niet alle relevante feiten zijn opgenomen door de kantonrechter en dat hier en daar het woord ‘toeslag’ is gebruikt waar de cao het begrip ‘toelage’ hanteert, of andersom. Het hof heeft hierboven de feiten zelfstandig vastgesteld zodat [appellant] geen belang heeft bij deze grief. Overigens is er geen rechtsregel die de rechter verplicht alle vaststaande feiten in de uitspraak op te nemen. De rechter mag zich tot die feiten beperken die hij voor de uitspraak nodig heeft.
grieven II en IIIzijn gericht tegen het oordeel dat [appellant] , als gevolg van het op artikel 29 lid 3 van Pro de cao gegronde besluit, vanaf 1 januari 2014 geen recht heeft op betaling van een toeslag voor GD/OT zonder middeling, en tegen de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Met
grief V(een met IV genummerde grief ontbreekt) voert [appellant] aan dat, als dat oordeel al juist is, ten onrechte zijn beroep op artikel 6:248 lid 2 BW Pro is gepasseerd.
door de werktijdverkortingvan artikel 20 lid 1 in Pro hun salaris inclusief extra vergoedingen benadeeld.