ECLI:NL:GHARL:2019:3638

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 april 2019
Publicatiedatum
24 april 2019
Zaaknummer
WAHV 200.210.977
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 lid 1 WahvArt. 2:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid administratief beroep wegens ontbreken schriftelijke machtiging

In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie inzake een administratief beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).

De gemachtigde, [A], werd bij tussenarrest verzocht een schriftelijke machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens de betrokkene administratief beroep in te stellen. De overgelegde opdracht via de website voldeed niet aan de eisen van een schriftelijke en ondertekende machtiging, noch gaf het duidelijkheid over de reikwijdte van de werkzaamheden.

Omdat het verzuim om een deugdelijke machtiging te overleggen niet werd hersteld, verklaarde het hof het administratief beroep niet-ontvankelijk. Tevens vernietigde het hof de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.

Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken ter openbare zitting op 24 april 2019.

Uitkomst: Het administratief beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke schriftelijke machtiging.

Uitspraak

WAHV 200.210.977
24 april 2019
CJIB 189778034
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam
van 30 december 2016
betreffende
mr. [A] (hierna te noemen: [A] ),
kantoorhoudende te [B] ,
beweerdelijk optredende namens [betrokkene] ,
(hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [C] .

Het tussenarrest

Bij tussenarrest van 8 november 2018 heeft het hof [A] in de gelegenheid gesteld om een machtiging over te leggen waaruit blijkt dat hij namens de betrokkene is gemachtigd om administratief beroep in te stellen. De inhoud van dat arrest wordt als ingelast beschouwd.
Het verdere procesverloop
Op 3 december 2018 is een schrijven van [A] ontvangen.
Hierop is op 20 december 2018 een reactie ontvangen van de advocaat-generaal.

Beoordeling

1. Gelet op de inhoud van het tussenarrest zal het hof de beslissing van de kantonrechter, alsmede de beslissing van de officier van justitie, vernietigen. De overige bezwaren gericht tegen deze beslissingen behoeven geen bespreking meer.
2. Om vast te kunnen stellen of [A] gemachtigd is om beroep tegen de inleidende beschikking in te stellen, is van belang dat in artikel 6, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften is bepaald dat degene tot wie de beschikking is gericht, administratief beroep kan instellen bij de officier van justitie. Uit artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht volgt voorts dat een ieder zich ter behartiging van zijn belangen kan laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Bij twijfel kan op grond van het tweede lid van laatstgenoemd artikel een schriftelijke machtiging worden verlangd van de pretense gemachtigde teneinde vast te kunnen stellen of degene die zich als gemachtigde van een betrokkene aandient, bevoegd is namens deze beroep in te stellen.
3. [A] geeft in zijn schrijven van 3 december 2018 te kennen niet in het bezit te zijn van een (recente) machtiging. Toegevoegd is de door de betrokkene via de website van het kantoor van [A] ingediende opdracht aan [A] om beroep in te stellen tegen de onderhavige inleidende beschikking.
4. Het door [A] overgelegde stuk voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen. Immers is geen sprake van een schriftelijke en ondertekende machtiging waaruit volgt dat de betrokkene [A] machtigt om namens hem administratief beroep in te stellen in de onderhavige zaak. Ook blijkt uit dit stuk niet wat de reikwijdte is van de werkzaamheden die [A] namens de betrokkene zou verrichten in de onderhavige procedure.
5. Nu het verzuim een deugdelijke machtiging over te leggen niet is hersteld, zal het hof het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaren.
6. Gelet op het voorgaande acht het hof geen termen aanwezig de advocaat-generaal te veroordelen tot het vergoeden van de proceskosten.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond en vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.