ECLI:NL:GHARL:2019:3638
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid administratief beroep wegens ontbreken schriftelijke machtiging
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen een beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie inzake een administratief beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
De gemachtigde, [A], werd bij tussenarrest verzocht een schriftelijke machtiging te overleggen waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens de betrokkene administratief beroep in te stellen. De overgelegde opdracht via de website voldeed niet aan de eisen van een schriftelijke en ondertekende machtiging, noch gaf het duidelijkheid over de reikwijdte van de werkzaamheden.
Omdat het verzuim om een deugdelijke machtiging te overleggen niet werd hersteld, verklaarde het hof het administratief beroep niet-ontvankelijk. Tevens vernietigde het hof de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af.
Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken ter openbare zitting op 24 april 2019.
Uitkomst: Het administratief beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een deugdelijke schriftelijke machtiging.