Uitspraak
25 april 2019
[Z](hierna: verzoeker)
De procedure
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoeker heeft in hoger beroep in belastingzaken een wrakingsverzoek ingediend tegen drie raadsheren en de griffier van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het verzoek was gebaseerd op vermeende partijdigheid, valsheid in geschrifte en samenspanning met de Belastingdienst, onder meer omdat verweerschriften na de termijn zouden zijn ingediend en eerder in bezit van de raadsheren waren.
De wrakingskamer heeft het verzoek onderzocht en geoordeeld dat de gronden onvoldoende zijn om de onpartijdigheid van de raadsheren te betwijfelen. De wettelijke termijn voor het indienen van verweerschriften geldt voor het hoger beroep zelf, maar niet voor de stukken die het hof opvraagt. Daarnaast bleek de datumstempel op het verweerschrift betrekking te hebben op de rechtbankprocedure en niet op het hof.
De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek tegen de griffier niet-ontvankelijk en wees het verzoek tegen de raadsheren af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open, waarmee het verzoek definitief is afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren en griffier is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.