Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
hierna: Rabobank,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant was borg voor schulden van twee broodjeszaken en werd door Rabobank aangesproken na opzegging van financieringsovereenkomsten. Rabobank registreerde de schuld en achterstand in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) bij BKR. Tijdens een procedure werd appellant veroordeeld tot betaling van € 80.000,- borgtocht, waarna partijen een schikking troffen met betalingsverplichtingen tot 2026.
Appellant verzocht de verwijdering van de BKR-registraties, stellende dat de schikking de registraties achterhaald maakt en dat hij geen vooraankondiging van registratie ontving. De rechtbank wees dit verzoek af, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof benadrukt dat de borgtochtregistratie terecht is en dat de schikking geen kredietovereenkomst betreft die tot doorhaling leidt.
Het ontbreken van een vooraankondiging leidt niet tot verwijdering, omdat appellant niet in zijn belangen is benadeeld en Rabobank dit niet kon aantonen. Het belang van Rabobank en BKR bij het handhaven van correcte kredietregistraties weegt zwaarder dan het belang van appellant bij verwijdering. De procedurekosten worden aan appellant opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verwijdering van de BKR-registraties af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.