Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de betrokkene,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene is sinds 2015 onder curatele gesteld wegens lichamelijke en geestelijke toestand en drankmisbruik, met benoeming van een professionele curator. Na afwijzing van zijn verzoek tot ontslag van deze curator en benoeming van een andere, ging hij in hoger beroep.
In hoger beroep betwist de betrokkene de positie van zijn echtgenote als belanghebbende, die door de kantonrechter was erkend op grond van artikel 798 lid 2 Rv Pro. Het hof oordeelt echter dat zij als echtgenote en mede-eigenaar van het vermogen belanghebbende is op grond van artikel 798 lid 1 Rv Pro, ondanks hun langdurige scheiding en verstoorde relatie.
Het hof wijst erop dat de financiële belangen van de echtgenote direct geraakt worden door de curatele en de curatorwijziging, waardoor haar zienswijze bij de beslissing betrokken moet worden. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling, waarbij de echtgenote in de gelegenheid wordt gesteld een verweerschrift in te dienen.
Uitkomst: Het hof erkent de echtgenote als belanghebbende en houdt verdere beslissing aan.