ECLI:NL:GHARL:2019:3836

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
2 mei 2019
Publicatiedatum
2 mei 2019
Zaaknummer
WAHV 200.217.337
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Sekeris
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WAHV 200.217.337Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie voor rijden met snorfiets in voetgangersgebied ondanks verzoek om opheldering

Betrokkene werd een administratieve sanctie van €95 opgelegd wegens het rijden met een snorfiets in een voetgangersgebied, wat verboden is volgens verkeersregels. Hij erkende de overtreding, maar voerde aan dat hij slechts enkele meters reed om agenten aan te spreken die een andere snorfietser aan het verbaliseren waren, in de veronderstelling dat rijden na sluitingstijd was toegestaan.

Het hof oordeelde dat het bord G7 met onderbord duidelijk maakte dat snorfietsen niet zijn toegestaan in het voetgangersgebied en dat betrokkene als weggebruiker geacht wordt alert te zijn op verkeersborden. Het verzoek om opheldering aan agenten vormt geen reden om de sanctie ongedaan te maken; betrokkene had zijn snorfiets buiten het gebied kunnen parkeren en te voet het gesprek kunnen aangaan.

Klachten over de bejegening door de agent vallen buiten de procedure en het hof verwijst betrokkene naar een klacht bij de korpschef. Het hof bevestigt daarom de beslissing van de kantonrechter die het beroep van betrokkene ongegrond verklaarde.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de sanctie van €95 voor het rijden met een snorfiets in een voetgangersgebied en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

WAHV 200.217.337
2 mei 2019
CJIB 200358261
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Overijssel
van 20 april 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd ter zake van “als (snor)fietser bij ontbreken (verplicht) (brom)fietspad niet de rijbaan gebruiken (bijvoorbeeld rijden op trottoir, voetpad)”, welke gedraging zou zijn verricht op 5 augustus 2016 om 23:43 uur op de Nieuwstraat te Deventer met het voertuig met het kenteken [Y-000-YY] .
2. De betrokkene erkent enkele meters in een voetgangersgebied te hebben gereden met zijn snorfiets, maar dit was enkel om een gesprek aan te knopen met agenten die op dat moment aldaar bezig waren een bestuurder van een snorfiets te verbaliseren. De betrokkene vroeg zich af waarom het verboden is om met een scooter om 00:00 uur 's nachts op de Nieuwstraat te rijden. Hij was in de veronderstelling dat dit was toegestaan voor brommers na sluitingstijd van de winkels. Om een boete te voorkomen, wilde de betrokkene om opheldering vragen aan de agenten. Tot zijn grote verbazing kreeg de betrokkene toen een sanctie opgelegd. Het frustreert de betrokkene dat burgers agenten blijkbaar niet aan mogen spreken om vragen te stellen. Ook beklaagt hij zich over de denigrerende houding van één van de agenten en zou hij graag nog eens in gesprek willen gaan met de agent in kwestie.
3. Nu de betrokkene erkent de gedraging te hebben verricht, staat deze vast. Het hof ziet zich thans voor de vraag gesteld of er desondanks redenen zijn om de sanctie ongedaan te maken.
4. De betrokkene stelt er niet van op de hoogte te zijn geweest dat hij op de onder 1. omschreven locatie niet mocht rijden met zijn snorfiets.
5. Uit de verklaring van de ambtenaar in het zaakoverzicht volgt dat de betrokkene met zijn snorfiets in een voetgangersgebied reed aangeduid middels zonebord G7 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Op het onderbord staan enkele uitzonderingen vermeld. Hierop staat echter ook dat snorfietsen niet zijn toegestaan. Van enige onduidelijkheid omtrent de betekenis van dit bord met onderbord blijkt het hof niet.
6. Voor zover de betrokkene dit bord heeft gemist, komt dit voor zijn rekening. Weggebruikers worden immers geacht alert te zijn op verkeerstekens die voor hen gelden.
7. De betrokkene vraagt zich verder nog af hoe hij de agenten aan had kunnen spreken zonder in het voetgangersgebied te rijden met zijn snorfiets. Het hof merkt hierover allereerst op dat de betrokkene zich aan de verkeersregels dient te houden. Het willen spreken van agenten is geen omstandigheid die de betrokkene van deze verplichting ontheft. Bovendien had de betrokkene ervoor kunnen kiezen om zijn snorfiets buiten het voetgangersgebied te laten staan en dit gebied te voet te betreden en de agenten aan te spreken.
8. Voor wat betreft de klachten over de bejegening door de ambtenaar overweegt het hof dat deze vallen buiten de reikwijdte van deze procedure. Het hof zal (verder) voorbijgaan aan de klacht van de betrokkene dat de verbalisant zich schuldig heeft gemaakt aan machtsmisbruik. Het staat de betrokkene overigens vrij om tegen het optreden van de verbalisant een klacht in te dienen bij de korpschef van het korps waarvan de verbalisant deel uitmaakt.
9. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter een juiste beslissing genomen door het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond te verklaren. Deze beslissing wordt dan ook bevestigd.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. Arends als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.