Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder oefende sinds 2009 alleen het gezag uit over haar twee kinderen, geboren in 2004 en 2005. Na langdurige problematiek, waaronder een onrustige opvoedingssituatie, huiselijk geweld en meerdere verhuizingen, werd het gezag in eerste aanleg beëindigd en de gecertificeerde instelling tot voogd benoemd.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof nam kennis van de uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis en het NIFP-onderzoek dat ernstige twijfels uitte over haar opvoedingscapaciteiten. De moeder accepteerde deze diagnose niet en startte de geadviseerde psychotherapeutische behandeling niet.
De jongste minderjarige is al ruim 2,5 jaar angstig voor de moeder en verblijft in een pleeggezin waar intensieve traumabehandeling plaatsvindt. De oudste minderjarige vertoont eveneens zorgelijke signalen en volgt een traumabehandeling. Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen voorop staat en dat continuïteit en stabiliteit in de pleeggezinnen het beste perspectief bieden.
Het hof bekrachtigde de eerdere beschikking tot beëindiging van het gezag en stelde een informatieregeling vast waarbij de moeder elke twee maanden schriftelijk geïnformeerd wordt over de kinderen. Het verzoek van de moeder tot herroeping van de gezagsbeëindiging werd afgewezen.
Uitkomst: Het gezag van de moeder over de minderjarige kinderen wordt beëindigd en een informatieregeling wordt vastgesteld.