Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
3.De slotsom
nihil
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond een geschil over een advocatendeclaratie centraal. De appellant stelde dat er een vaste prijsafspraak was gemaakt voor de rechtsbijstand in een strafzaak, maar leverde hiervoor geen overtuigend bewijs. Het hof nam het bewijs van de appellant en geïntimeerde in beschouwing, waarbij de verklaringen van de getuigen en de schriftelijke bevestigingen werden gewogen.
De verklaringen van de geïntimeerde en zijn echtgenote over de vaste prijsafspraak werden niet voldoende ondersteund door aanvullend bewijs, waardoor het hof deze niet geloofwaardig achtte. De verklaring van de advocaat en de bevestigingsbrief van 3 juni 2013, waarin een uurtarief en voorschot werden bevestigd, kregen meer gewicht. De vordering tot verrekening met een schadevergoeding wegens een vermeende beroepsfout was reeds in een tussenarrest verworpen.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, behalve het deel over proceskosten, en wees de vordering tot betaling van de declaratie alsnog toe. De tegenvordering werd afgewezen. De appellant kreeg de proceskosten van het hoger beroep toegewezen, terwijl de kosten van de eerste aanleg als nodeloos veroorzaakt voor haar rekening bleven omdat zij pas in hoger beroep een deugdelijke grondslag voor haar vordering had aangevoerd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de advocatendeclaratie wordt toegewezen en de tegenvordering afgewezen.