ECLI:NL:GHARL:2019:4065
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming en benadeling schuldeisers
Appellanten zijn in eerste aanleg toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht tussentijdse beëindiging wegens niet-nakoming van verplichtingen, het ontstaan van nieuwe schulden en benadeling van schuldeisers. De rechtbank besloot tot beëindiging en stelde dat appellanten in staat van faillissement zouden verkeren zodra het vonnis in kracht van gewijsde zou gaan.
Appellanten gingen in hoger beroep en verzochten vernietiging van het vonnis en voortzetting van de regeling, eventueel met verlenging van de looptijd. Het hof nam kennis van het dossier, hield een mondelinge behandeling en oordeelde dat appellanten inkomsten uit werkzaamheden niet tijdig hadden gemeld, waardoor zij schuldeisers benadeelden. Tevens ontstonden nieuwe schulden bij het UWV en de Belastingdienst door onjuiste of late aangiften.
Appellanten hadden de bewindvoerder niet tijdig voorzien van relevante informatie zoals salarisspecificaties en bankafschriften. Het hof achtte de opeenstapeling van verwijten ernstig en vond de tussentijdse beëindiging gerechtvaardigd. Het aanbod van schenkingen door derden en het verzoek tot verlenging van de regeling werden afgewezen. Het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ernstige verwijten aan appellanten.