Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht BghU(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van meerdere woningen waarvan de WOZ-waarden per 1 januari 2015 zijn vastgesteld door de heffingsambtenaar. Tegen de vastgestelde waarden en de daarop gebaseerde OZB-aanslagen heeft belanghebbende bezwaar gemaakt, waarna de rechtbank slechts voor één woning de waarde heeft verlaagd. Belanghebbende ging hiertegen in hoger beroep.
Tijdens de zitting heeft het hof vastgesteld dat de WOZ-waarden van drie woningen in geschil zijn. De heffingsambtenaar baseerde zijn waarderingen op taxatierapporten met vergelijkingsmethoden en referentieobjecten in dezelfde wijk. Belanghebbende betwistte de waarderingen met argumenten over de slechte staat van onderhoud, verbouwingen en tijdelijke onbewoonbaarheid.
Het hof oordeelde dat voor twee woningen de taxatierapporten en de gehanteerde vergelijkingsmethode voldoende steun boden voor de vastgestelde waarden, waarbij rekening was gehouden met onderhoudstoestand. Voor één woning ([d-straat] 12) was het bewijs van de heffingsambtenaar onvoldoende om de waarde vast te stellen, terwijl belanghebbende geen overtuigend bewijs leverde voor zijn hogere waarde. Het hof stelde daarom de waarde schattenderwijs vast op € 230.000.
De waarde van de overige woningen werd bevestigd. De heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor de woning [d-straat] 12 en voor het overige afgewezen.
Uitkomst: WOZ-waarde van woning [d-straat] 12 verhoogd naar € 230.000, overige waarden bevestigd, heffingsambtenaar veroordeeld in proceskosten.