De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging gesloten jeugdhulp verleende voor een minderjarige met ernstige gedragsproblemen. De moeder verzet zich tegen de machtiging en wil dat het kind weer bij haar komt wonen.
Het hof heeft het dossier bestudeerd en de zitting gehouden waarbij de moeder, de advocaat van het kind en de gecertificeerde instelling aanwezig waren. De vader en de raad voor de kinderbescherming waren afwezig.
De minderjarige is sinds 2016 uithuisgeplaatst en verblijft sinds december 2018 in een gesloten instelling vanwege ernstige gedragsproblemen die niet door de ouders kunnen worden opgevangen. Het hof sluit zich aan bij de motivering van de kinderrechter en benadrukt dat het kind gebaat is bij een veilige, gestructureerde omgeving die de ouders niet kunnen bieden.
De machtiging is noodzakelijk om de ontwikkeling van het kind te beschermen en verdere hulpverlening mogelijk te maken. Het hof bekrachtigt daarom de beschikking en wijst het beroep van de moeder af.