In deze zaak is betrokkene gesanctioneerd wegens het parkeren van een stilstaand voertuig op een strook aan de zijkant van de weg die het hof kwalificeert als trottoir, ondanks dat deze strook niet verhoogd is.
Betrokkene voerde aan dat het weggedeelte geen trottoir was omdat het niet verhoogd was en dat er sprake was van willekeur omdat anderen op gelijke wijze parkeerden zonder sanctie. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze beslissing.
Het hof oordeelt dat de fysieke afscheiding van de strook met betonblokken en de inrichting met bomen en beplanting voldoende is om het als trottoir aan te merken, ongeacht het ontbreken van een verhoogd voetpad. De sanctie is terecht opgelegd op grond van artikel 10, eerste lid, RVV 1990.
Verder oordeelt het hof dat de discretionaire bevoegdheid van de verbalisant betekent dat het feit dat anderen niet gesanctioneerd zijn geen willekeur oplevert. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
De beslissing van de kantonrechter wordt daarmee bevestigd.