Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat bij de vrouw woont. De rechtbank had de man verplicht €317 per maand aan kinderalimentatie te betalen. De man stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht de alimentatie te verlagen of op nihil te stellen vanwege een lager inkomen.
Het hof oordeelde dat de overeengekomen alimentatie niet op grove wijze in strijd was met wettelijke maatstaven, ondanks dat het inkomen van de man lager was dan eerder aangenomen. De vrouw ontkende dat haar inkomen was gestegen; zij ontving een WIA-uitkering. De man had ontslag op staande voet gekregen, maar dit was later ingetrokken en de arbeidsovereenkomst beëindigd met wederzijds goedvinden.
Het hof stelde vast dat het inkomensverlies van de man voor herstel vatbaar is, omdat hij onvoldoende had aangetoond dat hij zich actief inspande voor nieuw inkomen. Zijn plannen voor een eigen onderneming waren onvoldoende concreet. Daarom was geen reden om de alimentatie te verlagen. De beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd en de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd.
Uitkomst: De kinderalimentatie van €317 per maand wordt gehandhaafd omdat het inkomensverlies van de man voor herstel vatbaar is.