Belanghebbende is kentekenhouder van een Mercedes Benz met geschorst kenteken sinds 2013. Op 11 oktober 2016 werd de auto aangetroffen op het talud naast een onverharde weg die toegang geeft tot zijn woning, gelegen op terrein van Wetterskip Fryslân.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag en een verzuimboete op wegens gebruik van de weg met een geschorst kenteken. Belanghebbende stelde dat het talud geen openbare weg was en dat eerdere uitspraken hem het vertrouwen gaven dat parkeren daar geen naheffingsaanslag zou opleveren.
Het hof oordeelt dat het talud feitelijk voor openbaar verkeer openstaat, omdat er geen afsluiting of bebording is die het gebruik door derden verbiedt. Hierdoor kwalificeert het als een weg in de zin van de Wet op de motorrijtuigenbelasting. Het beroep op vertrouwen en het gelijkheidsbeginsel faalt wegens onvoldoende onderbouwing. De opgelegde boete is passend en niet disproportioneel.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.