Partijen zijn gescheiden en hebben afspraken gemaakt over kinderalimentatie en partneralimentatie, vastgelegd in een echtscheidingsconvenant. De man verzocht de rechtbank om de partneralimentatie te verlagen of te beëindigen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder een lagere behoefte van de vrouw, een lager inkomen van de man en het uitvliegen van de kinderen.
De rechtbank verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn verzoeken. In hoger beroep stelde het hof vast dat volgens artikel 2.7 van het convenant alleen bij een majeure wijziging van omstandigheden de alimentatie kan worden aangepast. Het hof oordeelde dat de door de man aangevoerde omstandigheden, zoals het tijdsverloop, de vermeende hogere verdiencapaciteit van de vrouw, de daling van zijn inkomen en de situatie van de kinderen, geen majeure wijziging vormen.
Het hof benadrukte dat de behoefte van de vrouw niet door tijdsverloop alleen vervalt en dat de vrouw niet in staat wordt geacht volledig in haar levensonderhoud te voorzien gezien haar leeftijd en opleiding. Ook de inkomensdaling van de man was onvoldoende onderbouwd en deels tijdelijk. De afspraken in het convenant over de alimentatie blijven derhalve van kracht.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het de verzoeken van de man alsnog af, inclusief het verzoek tot terugbetaling van te veel betaalde partneralimentatie.