ECLI:NL:GHARL:2019:4498
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke PIJ-maatregel wegens disproportionaliteit
De veroordeelde was onherroepelijk veroordeeld tot een voorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) met bijzondere voorwaarden, waaronder behandeling en toezicht door Jeugdbescherming Amsterdam.
Na meldingen van niet-naleving van deze voorwaarden en een aanhouding op 23 april 2019, vorderde de advocaat-generaal de tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel. De raadsman betoogde dat de incidenten niet ernstig genoeg waren en dat de behandeling bij de woonlocatie bijdroeg aan het beheersen van de problematiek.
Op de zitting werden getuigen gehoord, waaronder de hoofdbehandelaar van de woonlocatie, die vertrouwen uitsprak in het slagen van de behandeling en het naleven van voorwaarden. Het hof oordeelde dat de incidenten niet het gedrag betroffen waarvoor veroordeelde was bestraft en dat de behandeling beter aansluit bij de ontwikkeling van de veroordeelde dan een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.
Daarom werd de vordering van de advocaat-generaal afgewezen wegens disproportionaliteit en voorbarigheid van de tenuitvoerlegging.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke PIJ-maatregel wordt afgewezen wegens disproportionaliteit.