Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond het geschil over het gezag en hoofdverblijf van twee minderjarige kinderen centraal. De moeder was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die het hoofdverblijf en het gezag over de kinderen aan de vader toekende. De moeder wilde onder meer gezamenlijk gezag en een andere vakantie- en feestdagenregeling.
Het hof oordeelde dat de stiefmoeder als belanghebbende moest worden aangemerkt omdat zij de kinderen al meer dan een jaar verzorgt en opvoedt. De wensen van de kinderen om bij de moeder te wonen werden erkend, maar kregen geen doorslaggevende betekenis vanwege hun loyaliteit en het belang van stabiliteit.
De kinderen wonen al ruim drie jaar bij de vader en stiefmoeder in een veilige en stabiele omgeving, met passende ondersteuning voor de kwetsbare jongste. De moeder kon niet samenwerken met de gecertificeerde instelling en de vader, waardoor het gezamenlijk gezag niet haalbaar was. Het hof bevestigde daarom het eenhoofdig gezag bij de vader en het hoofdverblijf bij hem.
De vakantie- en feestdagenregeling werd licht aangepast voor duidelijkheid over het tijdstip van overbrengen van de kinderen. De overige verzoeken van de moeder, waaronder de benoeming van een bijzondere curator, werden afgewezen omdat deze geen wezenlijke bijdrage zouden leveren.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en stelde duidelijkheid voor de toekomst van de kinderen centraal, waarbij het belang van de kinderen leidend was.
Uitkomst: Het hof bevestigt het eenhoofdig gezag bij de vader en het hoofdverblijf van de kinderen bij hem, met een aangepaste vakantie- en feestdagenregeling.