Uitspraak
kantoorhoudende te [C] .
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Beoordeling
29 oktober 2014 om 10:58 uur op de Nicolaas Tulplaan te Amstelveen met het voertuig met het kenteken [00-YYY-0] .
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Amsterdam inzake een administratieve sanctie voor parkeren in een parkeerverbodszone. De betrokkene, als kentekenhouder, werd een boete van €90 opgelegd omdat zijn voertuig op 29 oktober 2014 geparkeerd stond in strijd met een parkeerverbod.
De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat de bestuurder de ambtenaar had gezien en/of gesproken, waardoor er een reële mogelijkheid tot staandehouding zou zijn geweest en de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder was opgelegd. Het hof oordeelde dat deze stelling onvoldoende was onderbouwd en dat uit de verklaring van de ambtenaar niet bleek dat hij de bestuurder had gezien of gesproken.
Op grond van artikel 5 van Pro de Wahv mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd indien geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestaat. Het hof concludeerde dat het voertuig geparkeerd stond zonder dat iemand aanwezig was, en dat de sanctie daarom terecht aan de kentekenhouder is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hof bevestigt de sanctie aan de kentekenhouder omdat geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder bestond.