De ouders zijn in 2014 uit elkaar gegaan en oefenen sinds 2012 gezamenlijk het gezag uit over hun twee kinderen. De kinderen wonen sinds het uiteengaan bij de vader. De moeder kampt met persoonlijke problematiek, waaronder een alcoholverslaving en een borderline persoonlijkheidsstoornis, wat heeft geleid tot moeizame communicatie en afspraken over de zorg voor de kinderen.
De vader verzocht de rechtbank om het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan hem alleen toe te wijzen. De rechtbank stelde een zorgregeling vast waarbij de moeder onder voorwaarden contact met de kinderen heeft. Het hof overweegt dat hoewel de omstandigheden zijn gewijzigd, er geen onaanvaardbaar risico is dat de kinderen klem komen te zitten tussen de ouders, en dat verbetering van de communicatie mogelijk is met hulpverlening.
Het hof benadrukt dat beide ouders alles moeten doen om de communicatie te verbeteren, met name via het bemiddelingstraject van Youké, dat nog niet effectief is ingezet. Ondanks recente problemen met toestemming voor een vakantie, acht het hof het niet noodzakelijk het gezag te wijzigen. Het verzoek van de vader wordt daarom afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.