Op 11 augustus 2012 werd het slachtoffer dood aangetroffen in zijn woning, getroffen door een kogel in het hoofd. Verdachte werd ervan verdacht betrokken te zijn bij een roofoverval waarbij geweld werd gebruikt en het slachtoffer om het leven kwam.
De rechtbank veroordeelde verdachte op basis van verklaringen van een medeverdachte, telefoonverkeergegevens, geluidsopnames en DNA-materiaal. Het hof heeft deze bewijzen kritisch onderzocht en kwam tot een andere conclusie. De verklaring van de medeverdachte werd als onbetrouwbaar beschouwd vanwege eigen belangen en gebrek aan objectief bewijs. Telefoongegevens ondersteunden niet de aanwezigheid van verdachte op de plaats delict.
De geluidsopnames uit de ophoudcel waren niet overtuigend en de vertaling kon niet worden geverifieerd. Het DNA-materiaal op een joggingbroek van het slachtoffer betrof een biologisch contactspoor van minimale hoeveelheid, waarvoor het hof een alternatieve verklaring aannemelijk vond: het gebruik van dezelfde handschoenen door verdachte en de daadwerkelijke dader.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en wees de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij af. Verdachte en benadeelde partij dragen ieder hun eigen proceskosten.