ECLI:NL:GHARL:2019:4639

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
29 mei 2019
Publicatiedatum
29 mei 2019
Zaaknummer
WAHV 200.206.636
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 10 WahvArt. 11 lid 4 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vernietiging beslissing officier van justitie inzake parkeerboete na schending informatieplicht

In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter die de beslissing van de officier van justitie vernietigde en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaarde. De betrokkene had een administratieve sanctie van €90 opgelegd gekregen voor fout parkeren bij een blauwe streep zonder parkeerschijf.

De kern van het geschil betrof de schending van de informatieplicht door de officier van justitie, die de foto's van de gedraging niet aan het dossier had toegevoegd zoals vereist op grond van artikel 7:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoewel dit een formele schending is, leidde dit niet tot vernietiging van de inleidende beschikking omdat de advocaat-generaal de foto's alsnog overlegde.

De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie op een andere grond en verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. Het hof bevestigt deze beslissing, mede omdat de gemachtigde van de betrokkene in hoger beroep niet heeft gereageerd op de foto's en geen bezwaren tegen de inleidende beschikking heeft aangevoerd.

Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de inleidende beschikking niet wordt vernietigd. Het hof benadrukt dat de officier van justitie zorg moet dragen voor een compleet dossier en dat de betrokkene recht heeft op inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken.

Uitkomst: Het hof bevestigt de vernietiging van de beslissing van de officier van justitie, verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 200.206.636
29 mei 2019
CJIB 194136595
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Den Haag
van 6 december 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B]
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 124,-.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De gemachtigde voert aan dat de kantonrechter het beroep tegen de inleidede beschikking ten onrechte heeft behandeld en ongegrond heeft verklaard. Het procesdossier was nog niet compleet. Uit het zaakoverzicht blijkt dat er foto's van de gedraging zijn. De officier van justitie heeft deze in strijd met artikel 7:18 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet toegevoegd aan het dossier. De kantonrechter heeft ze evenmin aan het dossier toegevoegd.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij blauwe streep terwijl niet is voorzien van een duidelijke geplaatste parkeerschijf.” Deze gedraging zou zijn verricht op 1 december 2015 om 09:46 uur op de Houtlaan te Leiden met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
3. Het is vaste rechtspraak dat de "op de zaak betrekking hebbende stukken" als bedoeld in artikel 7:18 van Pro de Awb deel moeten uitmaken van het dossier. De officier van justitie moet over deze gegevens kunnen beschikken bij de beslissing op het administratief beroep, onafhankelijk van hetgeen in administratief beroep is aangevoerd. Hetzelfde geldt voor de kantonrechter in verband met de beslissing op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Desgevraagd moeten deze stukken aan de betrokkene worden verstrekt door de officier van justitie en binnen het bestek van artikel 11, vierde (thans vijfde) lid van de Wahv door de kantonrechter. Voor de compleetheid van het dossier dient de officier van justitie zorg te dragen. Deze moet, ingevolge artikel 10 van Pro de Wahv, het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank brengen (vgl. het arrest van het hof van 2 februari 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl, met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2018:1050).
4. Het hof stelt op basis van de stukken in deze zaak het volgende vast.
In het zaakoverzicht is als opmerking van de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd vermeld: "van de situatie zijn foto's gemaakt en op te vragen bij de verbalisant. Gn (het hof leest: geen) ontheffing blauwe zone. Blauwe streep duidelijk zichtbaar."
De gemachtigde van de betrokkene heeft in de procedure bij de officier van justitie meerdere malen om de foto gevraagd, ook nog nadat hem het zaakoverzicht was toegezonden. In de procedure bij de kantonrechter heeft hij er onder meer over geklaagd dat de officier van justitie hem niet in het bezit heeft gesteld van het volledige procesdossier.
5. De door de ambtenaar gemaakte foto's van de gedraging zijn door de officier van justitie niet aan het dossier toegevoegd. Dit is een schending van de informatieplicht. Tot vernietiging van de inleidende beschikking leidt dat in dit geval echter niet. De advocaat-generaal heeft de foto's alsnog overgelegd en daarop is het voertuig van de betrokkene te zien, geparkeerd staand bij een blauwe streep en zonder een zichtbare parkeerschrijf achter de voorruit.
6. De kantonrechter heeft de beslissing van de officier van justitie vernietigd, zij het op een andere grond. In aanmerking genomen dat de gemachtigde in hoger beroep niet heeft gereageerd op de foto's en geen bezwaren tegen de inleidende beschikking heeft aangevoerd, heeft de kantonrechter het beroep daartegen terecht ongegrond verklaard. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
7. Nu de inleidende beschikking niet wordt vernietigd, is er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding (vgl. het arrest van het hof van 1 mei 2019, gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHARL:2019:3197).

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.