ECLI:NL:GHARL:2019:4760
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arbiter voor gevolgen vernietiging arbitraal vonnis niet bewezen
In deze civiele zaak stond de aansprakelijkheid van een arbiter centraal vanwege het feit dat het arbitrale eindvonnis slechts door de voorzitter en secretaris was ondertekend, wat volgens het hof grof plichtsverzuim oplevert. Qnow vorderde schadevergoeding voor het verlies van verhaalsmogelijkheden als gevolg van de vernietiging van het arbitraal vonnis.
Het hof overwoog dat het arbitrale vonnis geen executeerbare veroordeling inhield, maar slechts een bepaling tot betaling, waardoor Qnow in elk geval een civiele procedure had moeten starten om betaling af te dwingen. De noodzaak van een civiele procedure was dus niet het gevolg van het plichtsverzuim van de arbiter.
Verder stelde het hof vast dat Qnow onvoldoende had onderbouwd dat er meer verhaalsmogelijkheden waren dan die welke zij reeds had benut. De rapporten en stukken boden onvoldoende concrete aanwijzingen dat er substantiële vermogensbestanddelen waren waarop Qnow zich succesvol had kunnen verhalen.
Ook had Qnow niet voldoende gemotiveerd waarom zij niet eerder conservatoir beslag had gelegd op mogelijke vermogensbestanddelen. Het hof concludeerde dat het causale verband tussen het plichtsverzuim van de arbiter en de door Qnow gestelde schade ontbrak, waardoor de vordering werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank Limburg werd bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens aansprakelijkheid van de arbiter wordt afgewezen wegens ontbreken van causaal verband.