Uitspraak
De beslissing van de kantonrechter
Het procesverloop
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens parkeren zonder vergunning op een vermeende parkeerplaats voor vergunninghouders. Deze sanctie was gebaseerd op het vermoeden dat het voertuig geparkeerd stond op een plek aangeduid met bord E9.
De betrokkene voerde aan dat het bord niet zichtbaar was vanwege een geparkeerde auto en dat het bord verkeerd was geplaatst. Het hof stelde vast dat het voertuig geparkeerd stond bij een bord E10 met onderborden die parkeerrestricties aangeven, maar dat dit geen bord E9 betrof zoals vereist in artikel 24, eerste lid, sub g, van het RVV 1990.
Omdat het bord E10 geen parkeerplaats voor vergunninghouders aanduidt en er geen bord E9 aanwezig was, kon niet worden vastgesteld dat de gedraging (parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersplaats) was verricht. Het hof vernietigde daarom de sanctiebeschikking en de eerdere beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie.
Uitkomst: De sanctiebeschikking voor parkeren zonder vergunning wordt vernietigd omdat geen sprake was van een juiste aanduiding van een parkeerplaats voor vergunninghouders.