ECLI:NL:GHARL:2019:4957

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 juni 2019
Publicatiedatum
12 juni 2019
Zaaknummer
WAHV 200.223.252
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Art. 5 Wegenverkeerswet 1994Artikel 11 Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onbevoegdheid BOA bij geslotenverklaring

In deze zaak stond de bevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) centraal die een administratieve sanctie oplegde wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C1). De sanctie was opgelegd op 12 juli 2016 te Nieuwegein. De betrokkene stelde dat de BOA alleen bevoegd is om op te treden bij gedragingen die verband houden met de openbare orde, hetgeen in dit dossier niet was aangetoond.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene deels gegrond verklaard, maar het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat de bevoegdheid van de BOA beperkt is tot handhaving in situaties gerelateerd aan de openbare orde. Omdat het dossier geen informatie bevat waaruit blijkt dat de geslotenverklaring verband houdt met de openbare orde, kan niet worden vastgesteld dat de BOA bevoegd was de sanctie op te leggen.

Het hof vernietigt daarom de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter voor zover het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond werd verklaard. Tevens wordt de proceskostenvergoeding aan de betrokkene verhoogd en wordt de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de kosten. De zekerheid die de betrokkene had gesteld wordt gerestitueerd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking wegens overtreding geslotenverklaring wordt vernietigd wegens onbevoegdheid van de BOA.

Uitspraak

WAHV 200.223.252
12 juni 2019
CJIB 199864259
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 7 augustus 2017
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] ,
voor wie als gemachtigde optreedt [B] ,
kantoorhoudende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard, de beslissing van de officier van justitie vernietigd en het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 123,75.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. De bezwaren richten zich tegen de beslissing van de kantonrechter, voor zover daarbij het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard.
2. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen (bord C1)”, welke gedraging zou zijn verricht op 12 juli 2016 om 14:57 uur op de Doorslag te Nieuwegein met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
3. De gemachtigde voert aan dat de ambtenaar die de sanctie heeft opgelegd is aangesteld in het domein I Openbare Ruimte en uit dien hoofde louter bevoegd is om ter zake van artikel 62 van Pro het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) op te treden, voor zover het C-borden in relatie tot de openbare orde betreft. In dit geval zijn er geen feiten omschreven door de buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in het proces-verbaal hierover. De kantonrechter gaat hier ten onrechte aan voorbij.
4. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de gedraging een overtreding van artikel 62 van Pro het RVV 1990 in samenhang met bord C1 is. Uit het zaakoverzicht blijkt verder dat de sanctie is opgelegd door ambtenaar [D] , boa in het domein Openbare Ruimte van de gemeente Nieuwegein.
5. Volgens het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar gemeente Nieuwegein 2015, van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 3 september 2015 (BOACAT2015/40) zijn boa's domein I, Openbare Ruimte bevoegd tot het opsporen van strafbare feiten behorend tot het genoemde domein van bijlage A-I van de Beleidsregels buitengewoon opsporingsambtenaar (de Beleidsregels).
6. Artikel 6.4 onder 16 van de Beleidsregels, zoals dat ten tijde van de gedraging luidde, houdt in dat de boa Openbare Ruimte bevoegd is tot handhaving ter zake van:
Artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, maar alleen voor zover het stilstaand verkeer betreft. De artikel 4, 5, 6, 10, 60, 82 en 62 juncto bijlage I hoofdstuk C (geslotenverklaring) van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer. Op 12 april 2011 is door het College van procureurs-generaal (brief met kenmerk Pag/B&S/15674) nadere invulling gegeven in het kader van gemeentelijke handhaving van de WVW 15. Handhaving op negatie van C borden (RVV 1990) is in relatie tot de openbare orde toegestaan. In bijlage L is het toepasselijke kader voor de gemeente opgenomen indien zij digitaal wil handhaven op categorie C borden.
7. Gelet op het voorgaande is de bevoegdheid van de boa om te handhaven op gedragingen als in dit geval begrensd tot situaties die gerelateerd kunnen worden aan de openbare orde.
8. Het dossier bevat geen informatie waaruit blijkt dat de geslotenverklaring is ingesteld in relatie tot de openbare orde. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat van de zijde van het openbaar ministerie hieromtrent geen aanvullende informatie in de procedure is gebracht, ook niet nadat de gemachtigde hierop heeft gewezen, kan niet worden vastgesteld dat de geslotenverklaring is ingesteld in relatie tot de openbare orde. Daarmee staat niet vast dat de ambtenaar bevoegd was de sanctie op te leggen. De sanctie dient daarom vernietigd te worden. Het hof zal beslissen als hierna te melden.
9. Gelet op deze beslissing bestaat aanleiding tot toekenning van een vergoeding voor de gemaakte proceskosten. De kantonrechter heeft reeds beslist over de proceskostenvergoeding in de procedure bij de kantonrechter. Deze beslissing is door de gemachtigde niet betwist. Aan het indienen van een hoger beroepschrift en een administratief beroepschrift dienen in totaal twee punten te worden toegekend. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. De waarde per punt bedraagt € 512,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 512,-.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter, voor zover het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond is verklaard;
vernietigt de beschikking waarbij onder CJIB-nummer 199864259 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 512,-.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Van der Zee-Venema als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.