De zaak betreft een hoger beroep over een schadevergoedingsvordering die is gecedeerd door de curator van assurantietussenpersoon Financieel Educatief B.V. (FE) aan appellant. FE was failliet verklaard na beëindiging van een bemiddelingsovereenkomst met verzekeraar Winterthur. Appellant vordert betaling van provisies en schadevergoeding van ASR, rechtsopvolger van Falcon Leven N.V., wegens het profiteren van verzekeringsaanvragen die oorspronkelijk bij FE waren ingediend.
Het hof stelt vast dat de vordering is verjaard omdat appellant pas in 2008 bekend werd met de schade en de aansprakelijke partij, terwijl de dagvaarding pas in 2016 is uitgebracht. De stuiting van de verjaring is niet geslaagd omdat de betekening van de cessieakte niet op schadevergoeding maar op provisies zag.
Verder oordeelt het hof dat onvoldoende is gesteld en bewezen dat ASR destijds wist of redelijkerwijs had moeten weten dat de verzekeringsaanvragen oorspronkelijk bij FE waren ingediend. Ook is niet aannemelijk dat FE schade heeft geleden door het handelen van ASR, mede vanwege de omstandigheden rond het faillissement en het ontbreken van een vergunning bij Emergo.
De vordering tot inzage in administratie (exhibitievordering) wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtsbetrekking en onvoldoende specificatie. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.