Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 318
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert appellant terugbetaling van door hem aan geïntimeerde betaalde declaraties, omdat hij stelt dat hij in aanmerking kwam voor gefinancierde rechtsbijstand (toevoeging) die niet is aangevraagd. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof beoordeelt de zaak opnieuw.
Het hof onderzoekt of appellant in 2011 een toevoeging had kunnen krijgen op basis van zijn fiscale inkomen en vermogen in het peiljaar 2009. Uit de aanslag inkomstenbelasting blijkt dat zijn verzamelinkomen ruim onder de norm lag en hij geen vermogen had dat de heffingsgrens overschreed. Daarom zou een toevoeging zijn verleend als die was aangevraagd.
De advocaat had de verplichting om te onderzoeken of appellant voor een toevoeging in aanmerking kwam en hierover te overleggen. Hoewel de advocaat stelde dat zij goede gronden had om te denken dat geen toevoeging mogelijk was, oordeelt het hof dat zij tekort is geschoten. De advocaat beschikte immers over belastingaangiften die aanleiding hadden moeten geven tot overleg over een toevoeging.
De stelling dat een aanvankelijk verleende toevoeging later zou zijn ingetrokken vanwege resultaatbeoordeling wordt door het hof verworpen, omdat het eindresultaat van de echtscheiding niet tot een te hoog vermogen leidde. Het hof veroordeelt geïntimeerde tot vergoeding van het verschil tussen de betaalde declaraties en de eigen bijdrage die appellant had moeten betalen bij een toevoeging, te weten € 5.832,64, vermeerderd met wettelijke rente.
Daarnaast wordt geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van beide instanties en nakosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof veroordeelt geïntimeerde tot betaling van € 5.832,64 schadevergoeding en wettelijke rente wegens het niet aanvragen van een toevoeging.