ECLI:NL:GHARL:2019:5391

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
1 juli 2019
Publicatiedatum
1 juli 2019
Zaaknummer
WAHV 200.219.431
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Anjewierden
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 5a WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vernietiging administratieve sanctie wegens verhuur voertuig tijdens snelheidsovertreding

De betrokkene, als kentekenhouder van het voertuig, kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 14 km/h op de A2 bij Breukelen op 29 oktober 2016. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene tegen deze sanctie ongegrond. In hoger beroep stelde de betrokkene dat het voertuig ten tijde van de overtreding was verhuurd en overlegde een originele huurovereenkomst.

Volgens artikel 8, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet administratieve handhaving (Wahv) kan de kentekenhouder zich disculperen door een schriftelijke bedrijfsmatige huurovereenkomst over te leggen die aantoont wie ten tijde van de gedraging de huurder was. Het hof stelde vast dat het voertuig op naam van de betrokkene stond en dat de huurovereenkomst betrof de periode van 28 oktober 2016 13:30 tot 29 oktober 2016 17:04, waarin het voertuig was verhuurd aan een derde.

Hierdoor kwam de betrokkene een disculpatiemogelijkheid toe en vernietigde het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter. Tevens bepaalde het hof dat de door de betrokkene gestelde zekerheid wordt gerestitueerd. Dit arrest werd gewezen door mr. Anjewierden en uitgesproken ter openbare zitting.

Uitkomst: De administratieve sanctie wegens snelheidsovertreding wordt vernietigd omdat het voertuig tijdens de overtreding was verhuurd.

Uitspraak

WAHV 200.219.431
1 juli 2019
CJIB 202612040
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland
van 15 juni 2017
betreffende
[betrokkene] B.V. (hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [A] .
vertegenwoordigd door [B] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 136,- opgelegd ter zake van “overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 14 km/h”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 oktober 2016 om 12:43 uur op de A2 links te Breukelen met het voertuig met het kenteken [00-YY-YY] .
2. De vertegenwoordiger van de betrokkene heeft aangevoerd dat het voertuig ten tijde van de onderhavige gedraging was verhuurd. De vertegenwoordiger heeft in hoger beroep de (originele) huurovereenkomst overgelegd.
3. Artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv luidt - voor zover hier van belang - als volgt:
''De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.''
4. In zijn arrest van 4 mei 1993 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:1993:ZC9348) heeft de Hoge Raad met betrekking hiertoe overwogen dat de wetgever klaarblijkelijk heeft beoogd de verhuurder op wiens naam het kenteken staat bij uitzondering en slechts niet op grond van artikel 5 van Pro de Wahv aansprakelijk te doen zijn voor een in dat artikel bedoelde gedraging, indien de verhuurder door overlegging van een van de totstandkoming van de huurovereenkomst opgemaakt bewijsstuk, kan aantonen dat hij ten tijde van de gedraging een motorrijtuig met bedoeld kenteken heeft verhuurd voor ten hoogste de in artikel 8 van Pro de Wahv genoemde periode aan een daarin met name genoemde huurder.
5. Gelet hierop moet voor de toepassing van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv een huurovereenkomst zijn overgelegd waarbij de kentekenhouder partij is.
6. Het hof stelt vast dat het voertuig met het onder 1. vermelde kenteken op naam staat van [betrokkene] B.V. zodat [betrokkene] B.V. als kentekenhouder, een beroep kan doen op artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv.
7. Uit de door de vertegenwoordiger overgelegde huurovereenkomst blijkt dat het voertuig in de periode van 28 oktober 2016 om 13:30 uur tot en met 29 oktober 2016 om 17:04 uur was verhuurd door [betrokkene] B.V. aan ene [C] .
8. Het voorgaande brengt mee dat aan de betrokkene een disculpatiemogelijkheid in de zin van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wahv toekomt. Het hof zal doen wat de kantonrechter had behoren te doen. Dit leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en vernietigt die beslissing;
vernietigt de inleidende beschikking waarbij onder CJIB-nummer 202612040 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal aan haar wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr. Anjewierden, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.