ECLI:NL:GHARL:2019:5507

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juli 2019
Publicatiedatum
3 juli 2019
Zaaknummer
WAHV 200.204.118
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990Wet personenvervoer 2000Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging sanctie wegens rijden in strijd met geslotenverklaring ondanks betoog taxi-uitzondering

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van €90 wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Orthenstraat. Hij voerde aan dat hij met zijn motorfiets als taxi reed en daardoor onder de uitzondering viel. De kantonrechter wijzigde de pleegplaats, maar verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep stelde betrokkene dat motorfietsen geen taxikeuring kennen en geen blauwe kentekenplaten voeren, en dat hij contractvervoer verrichtte zonder taximeter. Het hof oordeelde dat de Wegenverkeerswet en het RVV 1990 geen definitie van 'taxi' geven, maar de Wet personenvervoer 2000 wel, waarin taxi uitsluitend een personenauto op vier wielen betreft.

De motorfiets van betrokkene voldoet niet aan deze definitie, waardoor de uitzondering niet van toepassing is. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en handhaafde de boete.

Uitkomst: De boete voor rijden in strijd met een geslotenverklaring wordt bevestigd omdat de motorfiets niet als taxi kan worden aangemerkt.

Uitspraak

WAHV 200.204.118
3 juli 2019
CJIB 184852296
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
zittingsplaats Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant
van 25 mei 2016
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft de pleegplaats gewijzigd in de Orthenstraat en voor het overige het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het procesverloop

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: het bord C12/20”, welke gedraging zou zijn verricht op 18 september 2014 om 15.51 uur op de Visstraat te 's-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] . De kantonrechter heeft bij beslissing van 25 mei 2016 de pleegplaats gewijzigd in de Orthenstraat.
2. Door de betrokkene wordt niet betwist dat hij in de Orthenstraat op zijn motorfiets het bord C12 passeerde. Hij stelt echter niet in overtreding te zijn omdat hij de motorfiets gebruikte als taxi, waardoor hij onder de uitzondering valt zoals is vermeld op het onderbord. De kantonrechter heeft overwogen dat de betrokkene slechts heeft gesteld dat het voertuig wordt gebruikt als taxi, maar dat een nadere onderbouwing ontbreekt. De betrokkene voert in zijn hoger beroepschrift aan dat, anders dan door de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal wordt gesteld, er voor motorfietsen geen taxikeuring bestaat. Hierdoor is het bij een motorfiets niet mogelijk om blauwe kentekenplaten te voeren. Voorts stelt hij dat de motorfiets alleen wordt ingezet voor contractvervoer, zodat een taximeter niet noodzakelijk is. Verdere uiterlijke kenmerken zijn voor een taxi niet verplicht, aldus de betrokkene.
3. De onderhavige gedraging betreft een overtreding van artikel 62 jo Pro. bord C12 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990). Op grond van dit artikel zijn weggebruikers verplicht gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Bord C12 houdt een geslotenverklaring in voor alle motorvoertuigen.
4. In het dossier bevindt zich een afdruk van een foto van de situatie ter plaatse. Hieruit blijkt dat de Orthenstraat gesloten is verklaard voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen en motorfietsen. Ook is zichtbaar dat er een onderbord is geplaatst, maar door de kwaliteit van de afdruk is de tekst op dit onderbord niet leesbaar. Uit het dossier leidt het hof echter af dat op het onderbord is vermeld: 'uitgezonderd bestemmingsverkeer en taxi'.
5. Het dossier bevat voorts een aanvullend proces-verbaal van 30 december 2014, waarin de verbalisant onder meer het volgende verklaart:
"Ter hoogte van de kruising Brede Haven / Visstraat heb ik, verbalisant, bestuurder van bovengenoemde motorfiets staande gehouden en heb de overtreding die hij hiervoor begaan had voorgelegd. Meneer gaf aan bezig te zijn met zijn taxiwerkzaamheden en toonde mij hierop zijn taxipas. Echter leek mij dit heel onwaarschijnlijk omdat meneer zich op een motorfiets bevond. Tevens had het voertuig geen blauwe kentekenplaten, geen taximeter etc. Ook is in het register van het RDW niet aangegeven dat het om een taxivoertuig gaat en zoals in bijlage 3 zichtbaar is heeft een taxivoertuig een keuringsbewijs van het RDW nodig."
6. Het hof ziet in hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te oordelen dat de sanctie ten onrechte aan de betrokkene is opgelegd. Het ligt op de weg van de betrokkene om aannemelijk te maken dat de uitzondering voor "taxi" in zijn situatie van toepassing is. Daarin is hij niet geslaagd. De Wegenverkeerswet 1994 en het daarop gebaseerde RVV 1990 geven geen definitie van het begrip "taxi" maar wel geeft de Wet personenvervoer 2000 regels omtrent, onder meer, taxivervoer. Ingevolge artikel 1 van Pro deze wet wordt onder taxivervoer verstaan: personenvervoer per auto tegen betaling, niet zijnde openbaar vervoer. Onder auto wordt verstaan: een personenauto op tenminste vier wielen, zoals nader omschreven bij ministeriële regeling, ingericht voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen. Deze definities lenen zich, in het bijzonder met het oog op de handhaafbaarheid van bepalingen als hier aan de orde, voor toepassing in een situatie als deze. Nu de motorfiets van de betrokkene aldus niet als taxi kan worden aangemerkt is de uitzondering niet van toepassing.
7. Voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg in tegenwoordigheid van mr. Werdmüller von Elgg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.