Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man verzocht de rechtbank om vervangende toestemming tot erkenning van zijn minderjarige kind, gezamenlijk gezag en een omgangsregeling. De rechtbank wees deze verzoeken af en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot gezamenlijk gezag. In hoger beroep stond de ontvankelijkheid van de man in zijn verzoek om omgang centraal.
Het hof oordeelde dat hoewel de man de biologische vader is, hij onvoldoende bijkomende omstandigheden had gesteld en onderbouwd om te concluderen dat er sprake was van 'family life' zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro. De contacten tussen de man en het kind waren zeer beperkt en oppervlakkig, zonder een nauwe persoonlijke betrekking.
Daarnaast heeft het 16-jarige kind tijdens een verhoor gemotiveerd ernstige bezwaren tegen omgang met zijn biologische vader geuit. Het hof hechtte aan deze mening zwaarwegend belang en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek om omgangsregeling. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd voor zover deze aan hoger beroep was onderworpen en het verzoek van de man werd afgewezen.
Uitkomst: Man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om omgangsregeling met zijn 16-jarige kind vanwege het ontbreken van 'family life' en ernstige bezwaren van het kind.