ECLI:NL:GHARL:2019:5677
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring openbaar ministerie in hoger beroep wegens verjaring
In deze strafzaak heeft het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de rechtbank Gelderland die het openbaar ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaarde vanwege verjaring van een deel van de tenlastegelegde feiten, namelijk die gepleegd vóór 20 maart 2013.
Het hof heeft onderzocht of het hoger beroep ontvankelijk is. Het openbaar ministerie stelde dat de beslissing van de rechtbank een einduitspraak betrof, waardoor hoger beroep mogelijk zou zijn. De verdediging betoogde dat het slechts een tussenuitspraak was waartegen geen afzonderlijk hoger beroep mogelijk is.
Het hof oordeelde dat de beslissing van de rechtbank als een tussenuitspraak moet worden gezien, omdat de gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid betrekking heeft op alle tenlastegelegde feiten samen en niet op afzonderlijke feiten die als zelfstandig beschouwd kunnen worden. Hierdoor is het niet mogelijk om de tenlastelegging te splitsen en afzonderlijk te behandelen.
Het hof overwoog dat het toestaan van hoger beroep tegen deze tussenuitspraak zou leiden tot parallelle procedures over dezelfde feiten, hetgeen het Wetboek van Strafvordering juist wil voorkomen. Daarom verklaart het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Tegen dit arrest kan binnen twee weken beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens verjaring van de tenlastegelegde feiten.