ECLI:NL:GHARL:2019:5678
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hof verklaart openbaar ministerie niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens verjaring
In deze strafzaak heeft de militaire kamer van de rechtbank Gelderland op 9 mei 2019 het openbaar ministerie gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard vanwege verjaring van de tenlastegelegde feiten die zijn begaan vóór 20 maart 2013. Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft op 18 juni 2019 het hoger beroep behandeld en onderzocht of het openbaar ministerie ontvankelijk is in dit hoger beroep. Het hof overwoog dat op grond van artikel 406 van Pro het Wetboek van Strafvordering hoger beroep alleen mogelijk is tegen einduitspraken, en dat tussenuitspraken zoals deze beslissing tot gedeeltelijke niet-ontvankelijkheid als tussenuitspraak moeten worden beschouwd.
Omdat de niet-ontvankelijkheid betrekking heeft op alle tenlastegelegde feiten vóór een bepaalde datum en deze feiten cumulatief zijn, is het niet mogelijk om de tenlastelegging te splitsen in afzonderlijke feiten waartegen wel hoger beroep mogelijk zou zijn. Het hof concludeerde dat het toestaan van hoger beroep zou leiden tot onwenselijke parallelle procedures over dezelfde feiten.
Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het ingestelde hoger beroep. Tegen dit arrest kan binnen twee weken beroep in cassatie worden ingesteld.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep wegens het karakter van de beslissing als tussenuitspraak.